1. Weglopen
Tijdens de vlaggenroof in het bos ben je samen met nog twee Welpen
stiekem weggelopen. Je spreekt met elkaar af dat je niets tegen de
leiding zegt. Toch ontdekt de leiding jullie, wat zeg je dan?
| a.
|
"Ik wist niet wat zij gingen doen. En omdat we niet
alleen door het bos mochten lopen, ben ik met de andere twee
meegegaan."
|
| b.
|
"We wisten iets veel leukers dan vlaggenroof en daarom zijn we weggelopen."
|
| c. |
"We zijn helemaal niet weggelopen. We dachten dat de vlag verderop lag."
|
|
|
2. Boomhut
Eén van de Esta's vertelt dat hij een geheime boshut heeft in het bos.
Aan wie vertel je dit geheim?
| a.
|
Aan alle Esta's en de leiding want het lijkt je wel gezellig om een keer in de geheime boomhut een opkomst te houden. Eens een keer iets anders. |
| b.
|
Je vertelt het aan niemand, je vraagt alleen waar de hut is voor het geval je zelf ook een keer een geheim plekje nodig hebt. |
| c.
|
Je vertelt het alleen aan je beste vriendjes op school, die kennen die Esta toch niet en weten dus ook niet waar die boomhut kan zijn. |
|
|
3. Verliefd
Je beste vriendin bij de Kabouters vertelt jou dat ze verliefd is op één van de Welpen. Ze vertelt niet op wie. Wat doe je?
| a.
|
Je roep keihard door het clubhuis dat je vriendin verliefd is op één van de Welpen. Aan iedereen vertel je dat je weet op wie maar dat je dat niet gaar verklappen. Dat is immers geheim.
|
| b.
|
Binnen vijf minuten ben je alweer vergeten wat je vriendin heeft verteld. 's Middags fiets je met je buurjongen - die bij de Welpen zit - naar huis.
Per ongeluk vertel je dat je beste vriendin verliefd is op één van de Welpen. Dan pas bedenk je dat je dat niet mocht vertellen. Je hoofd wordt vuurrood.
|
| c. |
Je blijft doorvragen op wie ze verliefd is, want ja je bent zelf ook verliefd op één van de Welpen. Maar dat weet je vriendin nog niet.
|
|
|
4. Goocheltrucs
Je kan heel goed goochelen. Je kent heel veel trucs. Nu willen andere kinderen ook weten hoe je goochelt. Wat doe je, verklap je je goocheltrucs?
| a.
|
Je hebt de trucs van Hans Kazan geleerd en hem beloofd de trucs niet te verklappen |
| b.
|
Je zal hen wel leren, maar je zegt erbij dat ze nooit zo'n goede goochelaar worden als jijzelf |
| c. |
Oké, je zal ze één trucje leren. Maar niet meer hoor! |
|
|